Een heel boze vogel in huis …

Een nieuw seizoen, dus ook tijd voor een nieuw hoofddeksel.  Lucas heeft de hele zomer een blauwe zonnehoed gedragen om zijn hoofd te beschermen tegen de zon, maar dat wordt nu wel wat frisjes.  Mama ging dan maar op zoek naar een aan het seizoen aangepast hoofddeksel.  Toen ik in de winkel een rode Angry Birds muts vond, zette ik maar even mijn principes opzij – ik weiger normaal gezien dat soort commerciële zaken te kopen – want dit vond ik té toepasselijk.  Niet alleen gaat Lucas helemaal op in het spelletje zelf – wat ik minder geweldig vind – maar vooral staat het voor hem nog steeds symbool voor zijn strijd tegen kanker. Intussen oefent hij goed zijn “boze vogel” blik en steekt hij lekker zijn tong uit tegen kanker.

Boze vogel blik
Boze vogel blik
Steek je tong uit tegen kanker!
Steek je tong uit tegen kanker!

Chemo 6 – weer thuis

Deze ochtend mochten papa en Lucas het ziekenhuis al vroeg verlaten.  De zesde chemobehandeling zit er alweer op!  Het was wel een zware dobber deze keer: buikkrampen, niks kunnen binnen houden en grote vermoeidheid.  “Chemo Kasper is deze keer echt wel zijn brilletje kwijt he mama” zei Lucas gisteravond tussen twee overgeefbeurten door, “hij is al mijn maag- en buikcelletjes aan het opeten in plaats van de kankercellen.  Daarom heb ik zoveel buikpijn en moet ik zoveel overgeven.”

Deze ochtend kwam Lucas heel uitgelaten thuis, dolblij dat hij het ziekenhuis weer eventjes achter zich kan laten.  Na de middag sloegen de vermoeidheid en de misselijkheid weer toe.  Maar hij kan hier lekker recupereren in ons warme huis – met dank aan de loodgieter die nog deze morgen de verwarming kwam opstarten.  Nergens beter dan thuis!

Mooi

Naast de kleuterlogica van Lucas, krijgen we meer en meer te maken met Ruthjes ondoorgrondelijke hersenspinsels.  In volle transformatie van peuter naar kleuter, levert dat bijzonder hevige, maar ook grappige taferelen op.  Wanneer papa met kaalgeschoren knikker aan de ontbijttafel komt, roept Ruth enthousiast “Oooooh, papa mooooooi! En Lucas ooke mooi!” Papa en Lucas glunderen.  Even later volgt “Nie mama nie mooi.” Daarop volgt een heuse welles nietes discussie tussen broer en zus over de al dan niet mooie mama.

Enkele dagen later heropent Ruth de discussie aan de ontbijttafel, met een verrassende conclusie: “Papa mooi.  Lucas ooke mooi.  Mama nie mooi, mama Pwàgggtig!!!”  Wat meteen volmondig bevestigd wordt door papa en Lucas.  En zo is iedereen tevreden.  En mooi.

Van kanker, klimop en boze vogels

Op zondagochtend in de ontluikende zon de was uithangen, is voor mij een bescheiden huisvrouwelijk genot.  Wanneer dit gebeuren opgeluisterd wordt door een flinke dosis kleuterlogica, is er weinig dat er nog kan aan tippen.  Terwijl ik daarnet de was aan het uithangen was, kreeg ik weer een bijzonder staaltje Lucas logica gepresenteerd.  Hij kwam me buiten vergezellen en vuurde meteen af: “Mama, met kanker en Chemo Kasper is het net als met de boze vogels van mijn spelletje (Angry Birds) he?” “Oh jee, wat gaat er nu weer komen” dacht mama geamuseerd.  “De boze vogels zijn Chemo Kasper en zijn vriendjes die de kankercellen dooddoen. En de groene varkentjes waar de boze vogels op schieten zijn de kankercellen he mama. Het spelletje van de boze vogels is echt een spelletje voor kindjes met kanker he?  Daarom dat ik dat nu zo graag speel.” Mama onderdrukt een lachje.  “Maar met de klimop in onze tuin is het omgekeerd he mama” gaat Lucas verder.  “De klimop doet de bomen en de struiken dood en maakt ook de muren kapot he mama. Daarom is de klimop zoals de kankercellen die de goede cellen kapot maken.  En wij zijn de Chemo Kaspers, want wij doen de klimop dood.” En na dit sermoen vol kleuterwijsheid huppelt hij weer naar binnen om verder te eten.

Chemo Kasper pleegt telkens weer een zware aanslag op zijn haarcellen – zijn wenkbrauwen en wimpers moeten er nu ook aan geloven – en op zijn maagcellen – het is weer een heuse ontdekkingstocht naar dingen die hem smaken – maar zijn hersencellen doen het vooralsnog prima.  Houden zo!

Vertellen

“Mama vertel nog eens van hoe het was toen we juist wisten dat ik kanker had” vraagt Lucas regelmatig.  En dan begint mama het hele verhaal opnieuw: dat ze een afspraak maakt bij de NKO-arts omdat ze vond dat zijn stem raar klonk en dat hij niet goed hoorde.  En dat het medisch schooltoezicht dat bevestigde. En dat we dan eindelijk na meer dan een maand toch bij de NKO-arts terecht konden. En dat die ons meteen doorstuurde naar het ziekenhuis omdat ze het niet vertrouwde.

Lucas kan hier blijven naar luisteren en ons blijven verbeteren en aanvullen als we iets niet helemaal hetzelfde vertellen als de voorgaande keren. En eraan toevoegen: “Gelukkig gaan wij naar Gasthuisberg he mama. Dat is het grootste en het beste ziekenhuis van het hele land. Daar hebben ze de Chemo-Kasper die mij kan beter maken.”

Op dit moment – aan de vooravond van Chemo 5 –  kunnen we dat inderdaad alleen maar bevestigen en er verder al onze hoop op instellen.  Want ook al is Lucas de afgelopen weken in topvorm en al slaat de chemo goed aan, het blijft spannend tot de kanker helemaal overwonnen is.

Cumuleren voor gevorderden

“Ik word later vijf dingen” zegt Lucas tegen de dokter, wanneer ze langskomt voor een prikje.  “Ik word elke dag iets anders: een dagje dokter, een dagje kapper, een dagje treinchauffeur, een dagje ga ik met de vuilniswagen rijden en een dagje word ik politieman. Dat is wel veel he?” vraagt hij.  “En in het weekend word je dan prinses?” vraagt mama.  “Neen, ik word geen prinses.” zegt Lucas.  “Op zondag kun je dan nog pastoor worden. ” zegt mama.  “En op zaterdag in de winkel werken.”Lucas knikt “Ja, dat ga ik doen.  Later. Dat is wel veel he?” zegt hij nog eens tegen de dokter. “Maar ja, ik weet ook al heel veel en ik kan al heel veel.” laat hij er op volgen.

Aan energie, toekomstplannen en zelfvertrouwen voorlopig geen enkel gebrek!

Zaadjes

“Mama, die eitjes in jouw buik, waar zitten die dan precies?” vraagt Lucas aan het ontbijt.  “Die zitten in mijn buik in twee nestjes met een lange glijbaan.  En elke maand glijdt er een eitje in een grote ballon, ook in mijn buik.  En als het eitje een zaadje tegenkomt, dan groeit er een babytje in de ballon en dan komt water in de ballon waar de baby kan in zwemmen. En als het eitje geen zaadje tegenkomt, dan gaat het dood en komt er een beetje bloed.” Lucas knikt: “Ah ja, want in het eitje zit ook een beetje bloed voor het babytje.” Mama: “Ja, en in het zaadje ook.” Lucas:” Ja, maar dat is maar een heel klein beetje hoor, want een zaadje is piepklein.”

Even later: “Mama, wij gaan geen baby’s meer krijgen he. Jullie vinden dat er al genoeg baby’s zijn.  Maar ik ga later veel meer baby’s krijgen hoor, wel een stuk of tien.  Ik ga later al mijn zaadjes opgebruiken.”

Sterven

“Mama, hoe groter Ruth en ik worden, hou ouder dat papa en jij worden he?” vraagt Lucas. “Ja, dat is zo” zeg ik, mij voorbereidend op weer een flinke dosis Lucas logica. “Dan ga je ook sneller sterven, want dan ben je al oud.  Vind je dat wel leuk, mama, dat je dan sneller gaat sterven?” Mama slikt een paar keer (wat moet ik daar nu weer op antwoorden?!) en zegt dan: “Dat weet ik nog niet hoor Lucas, want zo oud ben ik nu ook weer niet.  Ik ga nog niet meteen dood hoor.”  Lucas knikt “Jij bent nog maar een beetje oud.  Maar papa is al héél oud hoor.  Die zal wel veel sneller doodgaan dan jij.” Mama: “Oei, ik hoop van niet hoor, papa kan beter nog lang leven, anders zullen we hem veel te hard missen.”

Een tijdje later: “Mama, kindjes kunnen toch niet doodgaan he?  Alleen oude mensen gaan dood he?” Mama: “Nee Lucas, kindjes kunnen jammer genoeg ook soms doodgaan.  Als ze een ongeluk hebben op straat bijvoorbeeld of als ze heel erg ziek zijn.” Lucas knikt: “Ja, als ze kanker hebben en er is geen goeie Chemo Kasper.  Maar ik heb wel een goeie Chemo Kasper he mama.  Dus ik denk niet dat ik ga doodgaan hoor.” Mama slikt nog maar eens en zegt: “Neen, dat denk ik ook niet.  Chemo Kasper en zijn vriendjes doen heel erg hun best om jou beter te maken.” Lucas denkt even na en zegt dan: “Maar ik wil ook liever niet doodgaan hoor mama, want dan slaap je altijd en kun je niet meer wakker worden en ik vind slapen niet fijn.  Ik ga nog niet doodgaan, want ik blijf liever nog een beetje wakker.” En vrolijk huppelt hij weg.  Genoeg kleuterlogica voor vandaag.

Dokter Lucas

IMG_2218

“Mama, ga maar op de zetel liggen.  Ik moet je nog even verzorgen.” Dat zegt Lucas elke dag wel een paar keer.  Sedert dat hij kanker heeft en heel veel met dokters te maken krijgt, is zijn interesse onstuitbaar.  Hij verzorgt ons, precies zoals hij in het ziekenhuis verzorgd wordt en zijn dokterstas wordt elke keer extra gevuld: spuitjes, pleisters, gaasjes, sondes, canules … Je kunt het zo gek niet bedenken, of Lucas heeft het in zijn dokterstas.

” Ik ben eigenlijk al bijna dokter he mama, want ik weet al heel veel van wat dokters doen.” zegt hij heel serieus.  “Ja, dan moet je later dokter worden he Lucas, je weet er toch al heel veel van.” zeg ik.  ” Ja, dan moet ik twee jaar minder naar school dan de andere kinderen, want ik weet al heel veel” zegt hij, vol overtuiging.  “En kapper ben ik ook, want ik weet al heel goed hoe je hoofden moet kaalscheren.”

“Kom mama, ik moet jou nog in slaap doen, want ik moet je canuleke nog veranderen en een beetje bloed nemen. ” Mama gaat braaf op de zetel liggen en laat zich in slaap doen met een écht mondmasker.  Vervolgens wordt mama hardhandig wakkergeschud, want ze moet de tandenstoker, heu pardon, het infuusnaaldje even vasthouden voor de dokter, terwijl hij de ontsmettende zalf aanbrengt en vervolgens een ingewikkeld ontwerp met verbanden en pleisters uitwerkt op mijn arm.

Het is heerlijk om Lucas zo bezig te zien.  Je ziet hem keer op keer afrekenen met elke prik, elke plakker, elke canulewissel die hij zelf heeft moeten ondergaan. En zo verwerken wij samen met hem.  Want ook voor ons blijft elk medisch handelen een inbreuk: dit is niet het eerste wat je in gedachten hebt voor je kleuter.  Maar zo samen spelenderwijs benoemen en een plaats geven, het is helend voor ons allemaal.

Geschiedenisles

Mama studeerde in een ver verleden geschiedenis en zo nu en dan komt dat nog wel eens bovendrijven. Zo ook afgelopen zondag, bij de troonswissel op onze Nationale Feestdag. Een mooie gelegenheid om Lucas nog eens wat bij te brengen. Aan de hand van de (overload) aan foto’s op internet begon ik een hele uiteenzetting over prinsen en koningen en oud-koningen en Lucas was bijzonder geboeid. Zijn commentaren waren zeer mediawaardig – in aanmerking genomen dat je tegenwoordig niks te melden moet hebben, om toch in de media te komen: “Die mevrouw (Fabiola) is wel écht oud he mama. Ik vind eigenlijk niet dat die op een koningin lijkt, eerder op een heks.” Vervolgens een hele reeks foto’s van Filip en Mathilde: “Gelukkig heeft de nieuwe koning zijn baard afgescheerd he mama, anders was hij zeker nooit koning mogen worden, met zo’n lelijke baard.” In navolging van alle royalty watchers had hij ook nog heel wat bedenkingen bij de kledingstijl van ons koningshuis: “Mama, waarom dragen die (Albert en Filip) zo’n lelijke oude kleren? Kijk mama, die mevrouw (Paola) heeft precies komkommers op haar kleedje. Als ze nog koningin was, zou ze dat toch niet mogen dragen he, dat zouden de mensen van ons land toch niet willen he.”

Maar het beste moest nog komen. Na een heleboel vragen bij de foto’s van Filip aan het graf van de onbekende soldaat en een uitleg van mama over de twee wereldoorlogen, merkte Lucas, een vorige geschiedenisles van mama indachtig, op: “Op jouw werk is het ook al twee keer oorlog geweest he mama? En oorlog is niet fijn he, ik zou daar niet graag willen werken hoor, als het daar altijd maar oorlog is.”